Bij “AI en de AI-verordening” denken veel schoolleiders aan techbedrijven, niet aan hun eigen lerarenkamer. Toch is dat een misverstand. Artikel 4 van de Europese AI-verordening richt zich op alle organisaties die AI-systemen aanbieden of gebruiken, en maakt geen uitzondering voor het onderwijs. Een school die AI-tools inzet, en dat doet vrijwel elke school inmiddels, ergens tussen de adaptieve leermiddelen, de plagiaatdetectie en de leraar die toetsvragen genereert met een chatbot, moet dus zorgen voor een voldoende niveau van AI-geletterdheid bij het personeel.

Goed om meteen scherp te hebben: artikel 4 schrijft geen specifieke cursus, geen certificaat en geen diploma voor. Het vraagt om aantoonbare, passende kennis bij de mensen die met AI werken. Hoe je dat invult, mag je zelf bepalen, passend bij de context van je school.

Waarom scholen niet anders zijn, en toch wel

Juridisch gezien is een school gewoon een organisatie die AI gebruikt, net als een gemeente of een installatiebedrijf. Maar praktisch heeft een school een dubbele rol die andere organisaties niet hebben:

Rol 1: het eigen team

Leraren, ondersteuners en schoolleiding gebruiken AI in hun werk. Denk aan lesvoorbereiding met een chatbot, adaptieve oefensoftware die bepaalt welke opgaven een leerling krijgt, of hulpmiddelen bij het nakijken. Dat gebruik vraagt om dezelfde basiskennis als overal: weten wat AI wel en niet kan, herkennen wanneer een antwoord onbetrouwbaar is, en snappen wat je wel en niet in een AI-tool invoert. Dat laatste is op school extra gevoelig: leerlinggegevens zijn persoonsgegevens van minderjarigen, en de AVG stelt daar terecht hoge eisen aan. Een leraar die een klassenlijst met zorgnotities in een gratis chatbot plakt, creëert een privacyprobleem, geen tijdwinst.

Rol 2: het voorleven aan leerlingen

Hier verschilt de school fundamenteel van elke andere werkgever: leerlingen kijken mee. Hoe het team met AI omgaat, ís onderwijs, of je dat nu zo bedoelt of niet. Een docent die transparant vertelt “dit heb ik met AI voorbereid, en zo heb ik het gecontroleerd” leert leerlingen meer over verantwoord AI-gebruik dan menig lesuur erover. Andersom werkt het ook: een school die AI voor leerlingen alleen verbiedt terwijl het team het stiekem volop gebruikt, verspeelt geloofwaardigheid en mist een kans.

Leerlingen gebruiken AI thuis namelijk toch al, voor huiswerk, om te kletsen, om plaatjes te maken. De vraag is niet óf ze ermee in aanraking komen, maar of iemand ze leert er kritisch mee om te gaan. School en ouders staan daarin naast elkaar; voor het thuisfront schreven we een aparte gids over kinderen en AI-chatbots.

De dubbele rol in één zin: een school moet AI-geletterd zijn als organisatie én AI-geletterdheid voorleven als onderwijsinstelling. Het eerste is een verplichting uit de verordening, het tweede is gewoon goed onderwijs.

Extra aandachtspunt: AI die over leerlingen beslist

De AI-verordening kijkt niet alleen naar geletterdheid. Bepaalde toepassingen van AI in het onderwijs gelden onder de verordening als hoog risico, bijvoorbeeld AI-systemen die worden gebruikt om toegang tot opleidingen te bepalen of om leerresultaten te evalueren. Daar horen zwaardere eisen bij, vooral voor de aanbieders van die systemen, maar ook scholen die ze gebruiken moeten weten wat ze in huis halen. Precies daarom is basiskennis in het team zo belangrijk: je kunt pas kritische vragen stellen aan een leverancier als je weet welke vragen er zijn.

Praktische startpunten voor schoolleiding

Je hoeft niet te wachten op een landelijk kader of een perfect beleidsstuk. Dit kan een schoolleider dit schooljaar al doen:

  1. Breng het echte gebruik in kaart. Vraag het team anoniem welke AI-tools ze al gebruiken, voor lesvoorbereiding, nakijken, communicatie. De uitkomst verrast vrijwel altijd, en zonder dit beeld stuur je op aannames.
  2. Regel de basis voor het hele team. Niet alleen de ICT-coördinator en de enthousiaste early adopters, maar iedereen die met AI werkt of gaat werken: wat kan het, waar gaat het mis, wat doe je nooit met leerlinggegevens. Eén gezamenlijke basis maakt ook het gesprek in de teamkamer makkelijker.
  3. Maak afspraken over leerlinggegevens. Een korte, heldere lijn: welke tools zijn goedgekeurd, wat mag er wel en niet in worden ingevoerd, en bij wie meld je twijfel. Betrek je privacyfunctionaris of FG hierbij.
  4. Kies een lijn voor leerlinggebruik. Wat mogen leerlingen wel en niet met AI bij toetsen en opdrachten, en vooral: wat leren jullie ze over kritisch gebruik? Een regel zonder uitleg werkt averechts.
  5. Leg vast wat je doet. Wie is getraind, wanneer, en wat is de afspraak over opfrissen? Het hoeft niet ingewikkeld te zijn; hoe je zo’n registratie praktisch opzet, staat in AI-geletterdheid registreren.
  6. Plan herhaling in. AI verandert per kwartaal. Eén studiedag in 2026 is een prima start, maar geen eindpunt. Zet AI-geletterdheid terugkerend op de agenda, bijvoorbeeld gekoppeld aan bestaande studiedagen.

Begin klein, maar begin

De verleiding is om te wachten: op de sectorraad, op het ministerie, op een collega-school die het al heeft uitgezocht. Begrijpelijk, maar de leerlingen en het team gebruiken AI nú. Een bescheiden, eerlijke start, basiskennis voor iedereen, duidelijke afspraken over leerlinggegevens, en een open gesprek over wat AI in de klas betekent, is meer waard dan een ambitieus plan dat volgend jaar af is.

Zoek je een concrete invulling voor de basiskennis van je team? De cursus AI-geletterdheid is gemaakt voor medewerkers zonder technische achtergrond en sluit af met een examen en een verifieerbaar certificaat. Met een teamlicentie zie je als schoolleiding precies wie de cursus heeft afgerond. Eerst zelf kijken? Probeer de gratis module. En voor het gesprek met ouders is er de oudercursus AI en je kind.